Sociëteit Orpheus

Societeit Orpheus

Onder de lindebomen…

De repetitieruimte van Orpheus – rond het biljart in het café van Frans Daniels – werd te klein en was bovendien erg primitief. Bij concerten werden de deuren van de biljartzaal naar de gelagkamer geopend. De biljartzaal fungeerde als podium en de gelagzaal als publieksruimte. Men ging op zoek naar een meer comfortabele locatie.

Een concertzaal was er niet op ’t Goirke. In 1870 echter was Frans Daniels bereid om in de tuin tegen zijn pand aan een concertzaal te bouwen, op voorwaarde dat hij jaarlijks daarvoor 200 gulden huur ontving. Dit bedrag werd hem gegarandeerd door de gezamenlijke verenigingen, die daar thuis waren. Harmonie Orpheus moest het grootste deel van dat bedrag opbrengen. De zaal bood ruimte aan 300 personen, had een koepelplafond en een betrekkelijk klein podium. Aan de tuinzijde waren grote openslaande deuren zodat in de zomer, wanneer ’s middags om half drie bal was, de dames en heren in de tuin onder de grote lindebomen konden zitten.

Een bal was belangrijk; uit notulen blijkt dat op tientallen vergaderingen nergens anders over werd gesproken. Het mei-, juni- en juli bal waren de belangrijkste evenementen voor Orpheus. Dat waren namelijk de feesten waarbij de dames ook aanwezig mochten zijn. Op de concerten die elke maand ’s zondags om 19.00 uur werden gegeven, mochten zij niet komen.

Sociëteit Orpheus

Zeker in het begin van de 20e eeuw was de Orpheus erg populair. In die tijd waren er nog geen grote festivals, dus een klein concert in een kiosk werd door honderden mensen bezocht en werd gezien als een echt evenement. De harmonie speelde vaak in de kiosk in het Wilhelminapark. In januari 1900 werd tijdens de ledenvergadering met 45 stemmen voor en 1 stem tegen besloten tot de bouw van een verenigingslokaal in het Wilhelminapark.

De harmonie nam op zondag 19 augustus haar nieuwe sociëteitslokalen aan het Wilhelminapark in gebruik met een groot concert-matinée om 12 uur en een namiddagconcert door het symfonieorkest onder leiding van Mathieu Kessels. De volgende dag was er nog een feestbal en een Soirée Amusante et Musicale, zodat de gasten met ontspannen geest en vrolijk gemoed weer naar huis konden gaan.

Helaas bedroeg de schuld in 1906 nog 24.000 gulden. Daarom werd het complex op last van de schuldeisers op 30 april 1906 publiek geveild. In 1912 keerde de harmonie terug in de sociëteit maar niet voor lang. Na enkele jaren werd het gebouw verkocht aan de karmelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus. Nadat de nieuwbouwplannen van architect Remmers in 1955 waren goedgekeurd werd de voormalige sociëteit Orpheus gesloopt.